Column Maart: De Olympische spelen

  • 7 maart 2018

Beste sportvrienden,

 

Ik neem aan dat een aantal van U net als ik in meer of mindere mate gekeken heeft naar de Olympische Winterspelen in Pyeonchang Zuid-Korea. Op de eerste plaats moet gezegd worden dat de sportieve voorzieningen en accomodaties uitstekend verzorgd waren. Er is nauwelijks iets aan het toeval overgelaten, dus daar kunnen evt. sportieve mislukkingen niet aan gelegen hebben.

Wat wel is opgevallen is het gebruikelijke (hoge) verwachtingspatroon van de Nederlandse media en sport-commentatoren dat niet altijd gebaseerd is op realisme. Dat komt het best tot uiting als er goud, zilver of brons gescoord wordt : dan zijn we met z’n allen trots op onze nationale helden. Hoe anders is de waardering als het resultaat minder is dan verwacht : dan hebben ze er niets van gebakken en weten de buitenstaanders waar het allemaal aan gelegen heeft. Dan moet je als sporter toch een dikke huid hebben om dit allemaal te weerleggen danwel te accepteren. Per slot van rekening blijven het mensen die je wel een goed resultaat kunt toedichten echter is dat niet te programmeren of af te dwingen.

Om een aantal aansprekende prestaties te noemen mag verwezen worden naar de gouden plakken van Carlijn Achtereekte, Esmee Visser, Ireen Wust, Jorin ter Mors, Suzanne Schulting, Sven Kramer (5 km) en Kjeld Nuis (2x), een aantal verwacht en een aantal onverwacht. Daarnaast enkele tegenvallers zoals Sjinkie Knegt (niet te verwarren met onze eigen Sjinkie Slechter) en Sven Kramer (10 km), die dus niet hebben kunnen voldoen aan het omhooggeschreven verwachtingspatroon. Desondanks is mijn waardering voor deze sporters in tact gebleven, het kan niet altijd feest zijn. Wat meer realisme en menselijk inlevingsvermogen zou hierbij op zijn plaats zijn. Daarnaast alle waardering voor de sporters die zilver of brons hebben gewonnen, het gaat soms om honderdsten van seconden, zo dicht kan het bij elkaar liggen.

Tijdens deze spelen werd de indruk gewekt dat Noord – en Zuid Korea ineens een twee-eenheid zijn geworden omdat sport zou verbroederen. We weten allemaal dat hierin nogal wat hypocrytie schuil gaat omdat deze samenwerking slechts is gedoogd door de bewindvoerders van Noord en Zuid-Korea. Aan de politieke en maatschappelijke samenwerking tussen beide landen zal niet veel veranderen door de Olympische Winterspelen.

Dat cynisme hebben we ook kunnen aflezen aan de houding en mentaliteit van de Koreaanse sporters. Er zitten toppers tussen die terecht een aantal medailles hebben omdat ze gewoon goed waren, ze tonen dan ook wel hun emoties, maar verdwijnen daarna relatief snel van het toneel. Bovendien is het de vraag in hoeverre ze hier iets mee opschieten als het erop aan komt. Dat geldt nog sterker voor het Koreaanse publiek dat als geprogrammeerde robotten op de tribunes heeft gezeten, danwel met een gemaakte glimlach verplicht met een vlaggetje zit te zwaaien. Een in het oog springend detail hierbij was de huldiging na afloop van een van de vele wedstrijden waarbij één van de honderden Koreaanse cheerleaders spontaan applaudiseerde voor een niet-Koreaanse winnaar, daarbij werd aangestoten door een collega-cheerleader en vervolgens onmiddellijk ophield met applaudiseren.

Bij diezelfde wedstrijd werd geen medaille gewonnen door Korea waarna de sporthal binnen 5 minuten vrijwel helemaal leeg was. Voeg daarbij het aantal zelfmoorden van 36 (!) per dag in Korea, dan is de houding van deze mensen snel verklaard. In principe hebben ze nauwelijks iets te vertellen, ze moeten alles en mogen bijna niets, wie niet kan volgen valt af. Je zou bijna medelijden met ze krijgen.

Desondanks heb ik sportief gezien genoten van een aantal wedstrijden : dit is topsport puur sang waarbij zowel mannen als vrouwen respect afdwingen voor de lef die ze tonen en de prestaties die ze afdwingen. Dat geldt ook voor de Koreaanse deelnemers, waarbij de indruk bestaat dat ze niet getraind maar gedrild worden. Naar verwachting zullen ze zich in de toekomst nog wel vaker positief profileren met aansprekende resultaten, dat kan haast niet anders met zo’n spartaanse aanpak.

Wat Nederland betreft moeten we trots zijn op ons kleine landje met zoveel sportieve prestaties. Als je uiteindelijk als 5e eindigt achter Noorwegen, Duitsland, Canada en de Verenigde Staten, allemaal landen die vele malen groter zijn dan Nederland, dan mag je met opgeheven hoofd deze spelen verlaten. Welk ander land met de omvang van Nederland en een inwoners-aantal van circa 17 miljoen mensen wint 8 x goud, 6 x zilver en 6 x brons ?  Hulde voor deze sporters en hun trainers !

No Replies to "Column Maart: De Olympische spelen"


    Got something to say?

    Some html is OK