Column Oktober: Een amber alert voor het verenigingsleven

  • 9 oktober 2017

Beste sportvrienden,

Zoals de wat ouderen onder ons zich mogelijk nog wel kunnen herinneren was er enkele tientallen jaren geleden wekelijks een toespraak van dr. G.B.J. Hilterman op de televisie over de “toestand in de wereld”. Daarbij werden dan politieke en maatschappelijke ontwikkelingen onder de aandacht gebracht waarbij hij dan actuele  vraagstukken ter discussie stelde. Het ging dan met name over de internationale handelsbetrekkingen, het kappen van regenwouden, het uitroeien van wilde dieren, het leegroven van de aarde, spanningen in andere delen van de wereld, onderlinge (on)verdraagzaamheid enz. Hij gaf daarbij dan zijn mening over de mate waarop deze ontwikkelingen direct of indirect van invloed waren op de beleving en het welbevinden (en hiervan afgeleid het gedrag) van de mens als lijdend voorwerp.

Het leek mij zinvol om heel even op de stoel van Hilterman plaats te nemen en vooraf een korte beschouwing te geven over de toestand in ons eigen wereldje in algemene zin en meer in het bijzonder gericht op het verenigingsleven. Wat betreft de staat van moeder aarde kan geconstateerd worden dat die al grotendeels om zeep geholpen is met als gevolg klimaatverandering door een sterk geslonken OZON-laag. 

Zoals we ongetwijfeld allemaal in meer of mindere mate ervaren, leven we momenteel in een tijd van voorspoed en welvaart. Dit stelt ons in staat om letterlijk en figuurlijk grenzen te verleggen en veel geneugten van het leven zonder al te veel inspanningen binnen te harken. We maken daarbij veelvuldig en energiek gebruik van de huidige social media die ons in staat stellen om een breed kader te openen waaruit we keuzes kunnen maken uit een gigantisch aanbod van zeer uiteenlopende activiteiten en uitdagingen. Met als gevolg dat velen van ons hier zo druk mee bezig zijn dat er minder tijd overblijft voor de gewone dagelijkse activiteiten, de stress en gejaagdheid neemt toe, de geldingsdrang gaat overheersen.

Kortom : we worden al enkele jaren geconfronteerd met luxe problemen die veranderingen in ons gedrag en leefpatroon met zich meebrengen.

Kijk eens naar de huidige praktijk van alle dag. Al app-end, mailend, twitterend, SMS-end, Facebook-end, Instagram-end enz. zoeken we onze weg door het leven (het 2-duimen tijdperk regeert). Zelfs in het verkeer worden er dagelijks onschuldige mensen omver gereden door idioten die zich met de smartphone in de hand en de middelvinger omhoog een weg banen door het verkeer. De drang om ons zelf nadrukkelijk te profileren (het kijk-mij-eens fenomeen) en over alles en iedereen een mening te hebben heeft zijn weg gevonden via de social media. Dat geldt ook al voor (soms nog zeer jonge) kinderen en opgroeiende jeugd die zich regelmatig bezig houden met  digitaal pesten, bedreigen en verspreiden van ongewenst beeldmateriaal van elkaar. En dan nog maar te zwijgen over de toenemende Internet-criminaliteit waarbij goedgelovige mensen jaarlijks voor miljoenen opgelicht worden alsmede het feit dat “gewone” winkels in steden en dorpen naar de kloten geholpen worden door de vele webshops. Dat is de tol die we betalen voor het  ongelimiteerd gebruik van Internet. Het lijkt erop dat de mobiele telefoon verheven is tot onze virtuele minnaar, onze pacemaker, het goudklompje dat ons gelukkig maakt. Internet is ondanks zijn bewezen nuttige toepassingen hard op weg om volksziekte nummer 1 te worden.

Gaarne refereer ik in dit  kader aan een artikel van Ronald Waterreus in de Limburger van zaterdag 30 september 2017 waarin hij aangaf dat Facebook een van de domste uitvindingen ooit is. Desondanks snap ik met hem ook nog wel dat mensen daaraan plezier kunnen beleven mits ze bij de primaire essentie van Facebook blijven (het uitwisselen van alledaagse onderhoudende, zinvolle, nuttige en verantwoorde informatie). Als dit niet het geval is en het gebruik doorslaat naar zelfverheerlijking en ego-tripperij, dan ben ik het eens met de stelling van Waterreus.  

Wat ik hier maar mee wil zeggen is dat het allemaal niet zo onschuldig is als het lijkt en dat we geleidelijk aan moeten oppassen dat Internet niet teveel ons leven gaat   beheersen ! Een paar onsjes minder op een kilo Internet zou al ten goede kunnen komen aan “gewone” sociale activiteiten o.a. binnen het verenigingsleven.

Dan nu de moraal van bovenstaande fenomenen in relatie tot het verenigingsleven en meer in het bijzonder de Geertruidse Boys. Anno 2017 is de vereniging Geertruidse Boys nog redelijk gezond, echter beginnen zich links en rechts wat haarscheurtjes in het bastion te manifesteren die geen positieve invloed hebben op de stabiliteit, homogeniteit en het voortbestaan.

Er zijn op dit moment signalen die – als deze niet afgestopt kunnen worden – op termijn heel sneaky zouden kunnen leiden tot verval en afbraak van de vereniging. Het gaat met name om bezettingsproblemen van enkele elftallen die steeds meer moeite hebben om wekelijks een volwaardig elftal op de been te krijgen. Dit zijn meestal de eerste signalen die het verval inleiden.

Dat is enerzijds te wijten aan een toenemend aantal actieve leden dat het lidmaatschap van de club opzegt, anderzijds aan het niet nakomen van de normale clubverplichtingen door zich te pas en te onpas af te melden of gewoon niet te komen opdagen. Als er elftallen vanwege bezettingsproblemen in moeilijkheden   komen, is het snel gebeurd met onze vereniging !  We hebben hiervan genoeg voorbeelden gezien in de ons omringende dorpen waar voetbalclubs gefuseerd danwel opgeheven zijn (Mheer, Banholt, Reymerstok, Noorbeek, Slenaken, Ingber, Oost-Maarland e.d.). Er stond een van de afgelopen weken ook een artikel in de krant waarbij een middelgrote vereniging als Rood Groen LVC sinds 2013 alle zeilen heeft moeten bijzetten om niet ten onder te gaan en daarbij ook impopulaire maatregelen heeft moeten nemen om te overleven. Ze leven op dit moment nog.

In algemene zin hoef je dus geen universitaire studie gevolgd te hebben om te beredeneren dat de combinatie welvaart + Internet een negatieve impact heeft op het voortbestaan van o.a. het verenigingsleven op geleide van gemakzucht en onverschilligheid.

Resumerend is het dus van belang dat de instelling en de motivatie over de hele linie eens zeer kritisch tegen het licht worden gehouden (wie de schoen past trekke hem aan) om te voorkomen dat de club zich over pakweg 5 jaar in een situatie bevindt die niemand wil.

In algemene zin worden er voldoende festiviteiten binnen de club georganiseerd, die meestal matig tot slecht bezocht worden. Als typisch voorbeeld kan hier genoemd worden de culinaire wandeling op zondag 27 augustus 2017 waarbij 80% van de deelnemers bestond uit vrijwilligers, sympatisanten en familieleden.

Een prima initiatief waarbij veel energie gestoken is in de organisatie en waarbij de actieve leden het massaal hebben laten afweten, terwijl het stralend weer was.

Dit getuigt van weinig betrokkenheid bij de club en respect voor de mensen die dit allemaal op poten zetten. Het geeft ook voeding aan het vermoeden dat met name bestuursleden, vrijwilligers en sympatisanten de meest gemotiveerde personen binnen de club zijn !

De boodschap aan alle leden luidt derhalve als volgt : kijk eens allemaal in de spiegel en vraag je eens af in hoeverre jouw inbreng als actief lid voldoende bijdraagt aan het realiseren van de doelstellingen van de Geertruidse Boys. Ben je wel voldoende gemotiveerd om niet alleen jezelf maar ook anderen in staat te stellen om wekelijks met een tevreden gevoel naar huis te gaan ? Zou het niet zinvol zijn om waar het kan ook eens te gaan trainen ? Beperken we ons zelf niet teveel tot ons eigen eilandje en zouden we waar mogelijk ook andere elftallen uit de brand kunnen helpen ? Kunnen we niet eens wat vaker deelnemen aan sociale evenementen die bijdragen aan de onderlinge persoonlijke contacten en tevens een positief effect hebben op de clubspirit en onderlinge saamhorigheid binnen de club ? Je hebt als actief lid niet alleen maar rechten maar ook clubverplichtingen !

In de toekomst moeten er voor de aanstormende jeugd ook nog mogelijkheden blijven bestaan om in teamverband te kunnen sporten (in dit geval voetbal) binnen de eigen gemeenschap. Niet in de minste plaats om de noodzakelijke sociale contacten zoveel als mogelijk in stand te houden. Het is de verantwoordelijkheid van de huidige generatie om dit veilig te stellen voor een periode langer dan 5 jaar ! Daar is dan wel de juiste mentaliteit van zowel de jeugd als hun ouders voor nodig, het ligt nooit alleen aan de infrastructuur of het bestuur van de organisatie.

Als er op enig moment in een dorp geen school meer is, er geen gevestigde ontmoetingsplaatsen en weinig tot geen verenigingen meer zijn, dan wonen we met z’n allen in een afgebrand dorp waar nauwelijks nog sociale activiteiten plaats vinden (behalve wat geleuter via Facebook of een enkel straat- of buurtfeest) !

Laten we met z’n allen onze stinkende best doen om de vereniging Geertruidse Boys zo lang mogelijk in de lucht te houden !

Beschouw deze column als een amber alert voor het verenigingsleven !

No Replies to "Column Oktober: Een amber alert voor het verenigingsleven"


    Got something to say?

    Some html is OK